Auteur en illustratie: Geert Zomer.

 Stenen in helder water

De buurman schreeuwt als ik de deur uit ga. ‘Kijk uit!’

Verschrikt kijk ik op. Ik was moe opgestaan, zijn stem laat mij bijna struikelen. Het is lang geleden dat ik hem zag. Meestal zit hij binnen. Ik hoor hem soms ondefinieerbare dingen doen. Gestommel op de trap, maar ook geluiden die ik volstrekt niet thuis kan brengen. Is hij zo’n verwarde man waarover soms gesproken wordt? ‘De meeste verwarde mannen zitten gewoon thuis’, zei iemand laatst tegen mij. Ik geloofde hem meteen.

Ik probeer mij voor te stellen hoe hij zich schuilhoudt. Hoe hij zich uitkleedt, zich wel of niet wast, zijn onderbroek aanhoudt en waarschijnlijk een lang wit hemd, zich omdraait in bed, het stof van zijn nachtkastje blaast als hij een oud boek ter hand neemt dat hij na een paar bladzijden weer dichtslaat. Hoe hij bezoek krijgt van de stem van zijn overleden vrouw. Hoe zij naast hem komt zitten, zijn hand vasthoudt, haar schaduw werpt over zijn bed.

In de stad word ik aangesproken door een jonge vrouw. Het plein opent zich in haar ogen. Haar stem brengt mij terug naar tien zomers geleden toen het water zo helder was dat alle stenen geteld konden worden. Zij vraagt mij de weg. Ik twijfel. De straten lijken door elkaar heen te vliegen. Huizen moeten zich vasthouden. Winkels openen alles tegelijk. Er is geen houden meer aan.

Beneden in een kelder, onzichtbaar vanaf de straat, stemt een meisje haar viool. Klanken resoneren onder de grond. Alles danst. De stem van haar vader laat haar krimpen. Haar wil is sterker. De viool krachtiger. De muziek maakt haar voller, breder, dieper. Zij vult de hele ruimte. De muren staan op barsten. Op straat blaast een snijdende wind.

Een moeder fietst door het bos. Bomen buigen zich over haar heen. Haar kind, een meisje van vier, zit achterop in een stoeltje. Haar stem klinkt vrolijk. Ze wijst naar de vogels. Vogels vliegen, dat weet ze. Ze kijkt hoe een vogel boven de bomen verdwijnt. Als ze thuiskomen, zet moeder de radio aan. Eerst een mannenstem die het nieuws voorleest. Dan de stem van een zangeres. Een liedje dat nergens over gaat.

Als ik thuiskom, zijn de ramen van mijn buurman beslagen. Ik open de voordeur. Het is stil in huis. Een vage herinnering hangt in de kamer. Het vloerkleed lacht rood. Een schilderij hangt blauw aan de muur. Een stem richt zich naar binnen. De jonge vrouw in de stad zoekt nog steeds.

Mijn buurman gaat naar bed, sluit zijn ogen als zijn vrouw binnenkomt, verwelkomt haar onzichtbare hand, luistert naar haar stem in zijn hoofd en droomt over de tijd dat zij hem alle hoeken van een klein eiland liet zien onder een brandende zon. Hoe er een tafel altijd voor hun gedekt stond op het terras van een lokaal restaurant. De wijn nooit opraakte.

Geert Zomer

Deze tekst verschijnt tevens op de website van Deviant, tijdschrift tussen psychiatrie en maatschappij. https://www.tijdschriftdeviant.nl/

Meer lezen van Geert? Kijk op zijn website: https://zomer-praktijk.nl/